Inleiding


De vergankelijkste van alle kunstvormen is wellicht de toneelkunst.

Je moet erbij geweest zijn om een voorstelling beleefd te hebben.Na afloop resten de foto’s, misschien een videoregistratie en de herinneringen. U treft hierbij een verzameling van die herinneringen aan in een groeimap.
( Kies in het menu Archief om een historisch overzicht te bekijken.) Herinnert u het zich allemaal nog?

“Wat we allemaal niet gezien hebben!”

ALGEMENE GESCHIEDENIS

Paters Kapucijnen besteedde in seminaires in Langeweg veel aandacht aan stemvorming voor de toekomstige missionarissen.

Hierbij een foto uit 1907 van de kerkvervolgers.

PATER REMACLUS HOMMEN

Toen in de oorlog het gebouw in Langeweg zo beschadigd werd dat men moest verhuizen, kwam men op landgoed Beresteyn terecht in Voorschoten. Op het landgoed Beresteyn hadden de seminaristen in de parkachtige tuin leren genieten van toneelspelen in de openlucht. In 1954 verhuizen de Kapucijnen met hun kleinseminarie van Voorschoten naar Oosterhout.  Toen pater Remaclus Hommen dan ook in Oosterhout de grote tuin zag, wist hij wat hij wilde: een openluchttheater.

 

De toenmalige rector pater Laetantius Van de Weijer kreeg gedaan dat er in 1956 een heus theater gebouwd werd met betonnen platen afkomstig van noodwoningen die net na de oorlog opgetrokken waren en die midden jaren vijftig weer afgebroken waren. De tribune bestond uit een reeks van stoepen die als een grote brede trap daalden naar het speelplan. Tegen de tijd dat er een voorstelling gegeven werd, plaatste men banken op deze stoepen en daar zat het publiek op. Dat publiek bestond eind jaren vijftig en in de jaren zestig hoofdzakelijk uit ouders, familie en vrienden van de optredende scholieren, leerlingen van het kleinseminarie van de paters kapucijnen en later van het St-Oelbertgymnasium. De regie lag vrijwel steeds in handen van pater Remaclus Hommen, bijgestaan door andere paters. Nonnen verzorgden de kostuums; zuster Eufemia was een gevierd naaister.

Toen aan het einde van de jaren zestig zowat overal -en dus ook in Oosterhout- de seminaries leegstroomden, werd het openluchttheater aldaar in zijn voortbestaan bedreigd. In 1968 had het Oelbert al een beroep gedaan op het Mgr. Frenckencollege, waar volop meisjes op zaten, om tezamen De kleine dominee te spelen, een stuk waar nogal wat vrouwenrollen in zaten. Tot aan dat moment waren er ofwel steeds stukken gespeeld met uitsluitend mannenrollen, zoals Vondels Jozef in Dothan, ofwel men had jongens in travestie laten spelen.

In 1969 regisseerde pater Desiderius Huiskamp het laatste stuk dat onder verantwoordelijkheid van de school werd geproduceerd: De vrouwen krijgen hun zin. In 1970 had er niemand meer belangstelling om het theater te bespelen. Er circuleerden plannen voor sportvelden rondom het gebouw van het Oelbert en ook het openluchttheater zou daarvoor moeten wijken. In Utrecht studeerden twee oud-leerlingen allebei Nederlands, Jan Schippers en Antoine Uitdehaag, en ze speelden graag toneel. Om te vermijden dat het Oosterhoutse openluchttheater zou verdwijnen hebben zij toen het initiatief genomen er in 1971 weer te gaan spelen. Speciaal voor een eerste niet-schoolse voorstelling bewerkten zij een tamelijk onbekend toneelstuk van Molière: L’étourdi. Hiervan bestond een heel oude vertaling in het Nederlands: Den ontydigen loskop, waar zij van maakten De Doordraver. In een regie van pater Remaclus Hommen en met medewerking van heel wat oud-leerlingen, leerlingen en enthousiaste Oosterhouters werd er een nieuwe traditie geboren: vanaf 1971 was het openluchttheater de plek waar geestdrift en kwaliteit leidden tot heel wat prachtige voorstellingen.

Aanvankelijk richtte de groep zich op een breed publiek met een soort kritische familievoorstellingen. Maar in 1975 voltrok zich een splitsing: er kwam een speciale middagvoorstelling voor kinderen en er kwam een speciale avondvoorstelling, gericht op een ouder publiek. Je zag er in 1975 bijvoorbeeld De Meeuw van Tsjechow. In datzelfde jaar werd overigens ook officieel de Stichting Openluchtspelgroep Oosterhout opgericht, vanaf 1979 genoemd Stichting Openluchttheater Oosterhout. De voorstellingen werden regelmatig bekroond met de provinciale Anton Huijbersprijs. In 1976 onderging het theater een metamorfose: het hele publieksgedeelte werd vernieuwd. Deze renovatie was mogelijk dankzij genereuze giften vanuit het Oosterhoutse bedrijfsleven.

Er kwamen vaste banken van hardhout op betonnen elementen en daarmee kwam er een einde aan het gesjouw met banken voor het publiek. Later is er nog een ruimte voor de techniek achter het publiek verrezen en in de loop der jaren is het theater uitgegroeid tot de accommodatie die nu, vrijwel los van het St-Oelbertgymnasium, gelegenheid biedt tot intieme voorstellingen in een unieke omgeving. Het Oosterhoutse openluchttheater werd gerealiseerd in 1956. Wat is er gespeeld voordat de Openluchtspelgroep Oosterhout de voorstellingen ging verzorgen?

Openluchttheater Oosterhout is al meer dan 60 jaar actief!